Onderzoek

Projecten

Expertise onder oudere werknemers

Prof. Dr. K.R. Ridderinkhof (UvA afd. Ontwikkelingspsychologie)

Tacit knowledge is domein-specifieke kennis die gerelateerd is aan weten hoe men effectief kan zijn in een specifieke omgeving, zoals de werkvloer. Dit soort kennis wordt eerder opgedaan uit daadwerkelijke ervaring dan uit formele instructie, en is vaak moeilijk onder woorden te brengen, waardoor het een stilzwijgende oftewel tacit kwaliteit bezit. Denk aan het strikken van je schoenveters: expertise die moeilijk onder woorden te brengen is en daarom moeilijk aan anderen over te dragen. Tacit knowledge op de werkvloer vertegenwoordigt een vorm van human capital onder vooral oudere (want meer ervaren) werknemers. Eerder onderzoek wijst uit dat tacit knowledge van een bepaald beroep voor een belangrijk deel kan bijdragen aan iemands persoonlijke succes in dat beroep. Factoren zoals IQ en onderwijsniveau zijn niet de enige factoren die succes in een baan voorspellen. Veel werkgevers worstelen met de vraag hoe ze de ervaring van ouder wordende werknemers kunnen blijven benutten en overdragen. Wij hebben een instrument ontwikkeld dat iemands tacit knowledge meet in het beroepsdomein van academisch onderzoek, en kunnen dit instrument potentieel uitbreiden naar andere arbeidsdomeinen.

 

Landelijk Consortium ‘Gezonde Cognitieve Veroudering

Prof. Dr. K.R. Ridderinkhof (UvA afd. Ontwikkelingspsychologie); Prof. Dr. J.M.J. Murre (UvA afd. Brein & Cognitie); Dr. M.J.M. van Boxtel (Universiteit Maastricht – coördinator)

Ouder worden gaat voor veel mensen gepaard met een ervaren afname van cognitieve vaardigheden. Vooral in werksituaties wordt dit als belastend en beperkend ervaren. Van invloed hierop is de combinatie van (moeten) doorwerken tot op hogere leeftijd en de steeds veranderende en groeiende eisen die aan cognitieve functies worden gesteld tijdens het werk, onder andere door digitalisering en een continue toename in informatiedichtheid. Er is in de afgelopen jaren meer aandacht gekomen voor preventie van cognitieve klachten, mede om oudere werknemers te helpen aan het arbeidsproces te blijven deelnemen. Het aanpassen van leefstijl, het trainen van cognitieve vaardigheden en het ontwikkelen van meer begrip over eigen cognitief functioneren zijn onderzochte preventie technieken. Deze problematiek zal ook voor werkenden in de gezondheidszorg en beleidsmakers steeds actueler worden. Vanwege de laagdrempeligheid en kosteneffectiviteit is internet steeds vaker het voorkeursmedium in de preventie van of hulp bij medische en psychische klachten. Vooral voor personen die werken is het online kunnen deelnemen aan interventieprogramma’s een aantrekkelijke factor.

 

SeniorLab.nl

Prof. Dr. K.R. Ridderinkhof (UvA afd. Ontwikkelingspsychologie)

Hoe komt het dat we minder snel reageren naarmate we ouder worden? Waarom krijgen we meer moeite met het verdelen van onze aandacht of vergt het maken van keuzes meer tijd? En waarom gaat leren steeds moeilijker en kunnen we ons soms dingen niet meer goed herinneren? SeniorLab is op zoek naar antwoorden op deze vragen. Het doel van ons onderzoek is om te ontdekken hoe onze mentale vermogens precies veranderen met het ouder worden, hoe deze veranderingen samenhangen met veranderingen in de hersenen, en hoe de achteruitgang van mentale functies zoveel mogelijk kan worden vermeden. Zo is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar individuele verschillen in impuls-controle en leervermogens onder ouderen gerelateerd aan individuele verschillen in hersenprofielen.

 

Strategisch op de automatische piloot!

Dr. S. de Wit (UvA afd. Klinische Psychologie)

We kennen het allemaal wel, vastzitten in een gewoonte. Maar gewoontes hebben ook een voordeel, namelijk dat ze relatief moeiteloos en efficiënt uitgevoerd kunnen worden. Het is dan ook cruciaal om op het juiste moment op de automatische piloot te kunnen gaan. Als je op dieet gaat, dan is het handig om bij wijze van instant-gewoonte voortaan bij de lunch een appel te eten i.p.v. een stuk appeltaart. In dit project worden cognitieve planning-strategieën onderzocht waarmee ouderen zulke wenselijke instant-gewoontes kunnen vormen. Hierin wordt voortgebouwd op eerder onderzoek waaruit blijkt dat concrete ‘if-then’ plannen bij ouderen goed werken ter ondersteuning van het prospectieve geheugen (geheugen voor wat je moet doen: een geplande actie op het juiste moment uitvoeren, zoals bijv. het nemen van medicatie). Voorts heeft eerder onderzoek laten zien dat instant-gewoontes de kans op slagen van intenties m.b.t. een gezonde levensstijl (bijv. gezond eten of sporten) aanzienlijk verhogen. Een van de doelstellingen van het project is om de relatie tussen cognitieve flexibiliteit (zoals onderzocht met gestandaardiseerde tests en met registratie van hersenactiviteit) en de effectiviteit van dergelijke planning-strategieën te onderzoeken.

 

Dubbel-blinde gerandomiseerde studie naar drie maanden dagelijks online braintraining bij ouderen en mensen die een beroerte hebben gehad

Prof. Dr. K.R. Ridderinkhof en Prof. Dr. J.M.J. Murre (UvA afd. Brein & Cognitie)

Braintraining met de computer heeft recentelijk een grote vlucht genomen, hoewel de effectiviteit en werkzame mechanismen nog nauwelijks onderzocht zijn. In dit onderzoek (multi-center, dubbelblind, gerandomiseerd) wordt het effect van online braintraining vergeleken bij een groep mensen die een beroerte hebben gehad (patiënten) met een actieve controle groep van gezonde ouderen (controles).  Ongeveer 180 patiënten en 180 controles trainen drie maanden lang vijf keer per week een half uur met online braintraining games die geschikt zijn gemaakt voor deze groep. Vooraf en achteraf wordt een uitgebreide testbatterij afgenomen om de verandering in executieve functies en andere cognitieve maten te kunnen volgen. Bij een deel van de patiënten en controles wordt ook voor- en achteraf hersenscans gemaakt om zowel structurele als functionele veranderingen in de hersenen te kunnen analyseren.

 

Oudere werknemers veranderen mee

Prof. Dr. A.E.M. van Vianen (UvA afd. Arbeids-en Organisatiepsychologie)

Werknemers hebben te maken met veranderingen in hun werk als gevolg van fusies, reorganisaties, de implementatie van nieuwe technologieën en andere manieren van werken. Deze veranderingen doen een beroep op het leer- en aanpassingsvermogen van werknemers in het algemeen en die van oudere werknemers in het bijzonder. Werkgevers veronderstellen nogal eens dat oudere werknemers minder gemotiveerd zijn om zich te ontwikkelen dan hun jongere collega’s en dat (gedwongen) veranderingen in het werk gepaard zullen gaan met weerstand en onvrede bij ouderen. Is die veronderstelling terecht? Onze onderzoeken bij overheidsinstellingen laten een genuanceerder beeld zien: 1) Oudere werknemers willen zich blijven ontwikkelen als zijzelf maar ook hun leidinggevende overtuigd zijn dat ‘een mens nooit te oud is om te leren’. 2) Direct leidinggevenden hebben een grote invloed op de ontwikkeling en het aanpassingsvermogen van oudere werknemers. 3) Werkgevers lijken geneigd om oudere werknemers tegen veranderingen te willen beschermen, terwijl ouderen die veranderingen goed aankunnen. 4) Werknemers die een (gedwongen) verandering in hun werk hebben ondergaan ervaren meer uitdaging en leren in hun werk en zijn meer gemotiveerd zich te ontwikkelen dan werknemers die geen verandering hebben meegemaakt. Deze positieve effecten van werkverandering gelden ook voor oudere werknemers. In ons vervolgonderzoek richten we ons op de leeftijdsdiversiteit van werkteams en hoe diversiteit het functioneren van jongere en oudere teamleden belemmert dan wel bevordert.

 

Cognitieve training bij oudere alcoholverslaafden

Prof. Dr. R. Wiers (UvA afd. Ontwikkelingspsychologie); Dr. J. van den Berg (Parnassia ouderen)

Relatief sterke automatisch geactiveerde of impliciete processen blijken een rol te spelen bij het ontstaan en de instandhouding van alcoholproblematiek. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat verschillende impliciete processen succesvol beïnvloed kunnen worden door middel van gerichte cognitieve trainingen, zoals hertraining van een automatische toenaderingsreactie en automatische geheugenassociaties met behulp van een alcohol-gerelateerde Go/NoGo training. Het beïnvloeden van de automatische toenaderingsneiging tot alcohol bleek vooral effectief bij oudere alcohol-afhankelijke patiënten. Op basis van dit gegeven test nieuw onderzoek of de Go/NoGo training effectief is bij oudere alcoholverslaafde patiënten die opgenomen zijn in de detox-kliniek voor ouderen bij Parnassia. Verwacht wordt dat de deelnemers negatievere associaties met alcohol zullen hebben, en drie maanden na afloop van de training vaker abstinent zullen zijn, dan deelnemers in een placeboconditie.